| Forum Vlaamse Longartsen - LITERATUUR |
|
19 september 2002
MEER PREVENTIE VAN LONGAANDOENINGEN : EEN NOODZAAK
! 'EXECUTIVE SUMMARY'
INLEIDING
Respiratoire aandoeningen behoren in Vlaanderen
na hart- en vaatziekten en kanker tot de derde oorzaak van sterfte,
ziekte
en invaliditeit. Alle voorspellingen, inclusief deze van de Wereldgezondheidsorganisatie
(WGO), geven aan dat hun rol of belang tijdens de komende 30 jaar
nog zal toenemen. Ook in onze regio is er dus nood aan verder onderzoek
naar risicofactoren voor longaandoeningen en aan het instellen
van effectieve preventieve maatregelen, waar reeds mogelijk en verantwoord.
De werkgroep Preventie van het Forum Vlaamse Longartsen,
samengesteld uit experten van Vlaamse universitaire en niet-universitaire
centra,
geeft hieronder een korte schets van de huidige praktische mogelijkheden
inzake 'evidence-based' primaire en secundaire preventie van de voornaamste
aandoeningen van het ademhalingsstelsel.
PREVENTIEVE MAATREGELEN PER
AANDOENING Preventie van astma Astma bronchiale komt in Vlaanderen voor bij
ongeveer 7 % van de bevolking en vooral steeds meer bij jonge kinderen.
De toename is vooral het gevolg van de toenemende interactie van
omgevingsfactoren, waarvan sommige kunnen vermeden worden, bij personen
met een genetische voorbeschiktheid; deze laatste is vooral aanwezig
indien bij de ouders of nabije familieleden reeds astma of allergie
voorkomt.
· Preventieve maatregelen bij het jonge kind, waarvan het
nut redelijk goed aangetoond werd, zijn: instellen van borstvoeding
tot minstens de vierde maand na de geboorte, vermijden van passieve
tabaksblootstelling tijdens en na de zwangerschap, ook zoveel mogelijk
vermijden van andere vormen van luchtvervuiling; vermijden van vroegtijdig
contact met allergenen in de woning, vooral dan de huisstofmijt,
o.m. door goede controle van de vochtigheid van de woning. Beperken
van het gebruik van antibiotica, indien niet absoluut nodig.· Op
latere leeftijd blijven volgens de huidige inzichten volgende preventieve
maatregelen aanbevolen: zorg voor rookpreventie, goede ventilatie
van de woningen, gezonde eetgewoontes met o.m. voldoende inname van
groenten, fruit en vis; tenslotte ook vermijden van overdreven sedentariteit. · In
de bedrijven moet er ter preventie van beroepsastma een hoge graad
van alertheid blijven t.o.v. bekende en nieuwe risico's. · Hoewel
de inzichten inzake astmapreventie nog steeds evolueren is een betere
voorlichting van het publiek via het artsenkorps en sociale instanties
zoals Kind en Gezin nu reeds aangewezen.
Preventie van COPD
Chronisch obstructief longlijden
(COPD), gekenmerkt door chronische niet volledig omkeerbare luchtwegobstructie
en vaak
ook emfyseem, is een belangrijke, toenemende, sluipende en daarom
teveel miskende oorzaak van voortijdige mortaliteit, ziekte en invaliditeit.
De voornaamste exogene oorzaak is de jarenlange tabakabusus met nog
onbekende factoren van individuele voorbeschiktheid. Het risico voor
COPD is nog groter voor personen die tegelijk roken en in een vervuilde
werkomgeving vertoeven. Vermits er recent een duidelijke familiale
voorbeschiktheid voor COPD vermoed wordt, moeten preventieve acties
o.m. ook intensief gericht worden naar hun jonge familieleden; één
van de aspecten hiervan is ook het tijdig opsporen van alfa-1-antitrypsine
deficiëntie. · Primaire preventie bestaat er in het starten van het roken
te ontmoedigen op iedere, maar vooral op jonge leeftijd, vooral indien
COPD in de familie voorkomt, en mogelijk nog het meest bij vrouwen.
De overheid, maar ook elke oudere volwassene, draagt hierbij verantwoordelijkheid.· Voor
secundaire preventie dient er in Vlaanderen dringend een belangrijke
inspanning geleverd te worden. Daartoe dient longfunctie-onderzoek
bij rokers veralgemeend en herhaald te worden, o.m. via de huisartsen
en de longartsen, maar ook in de werkomgeving, bij verzekeringsonderzoeken
en evt. via bevolkingsonderzoek. Hiertoe moeten meer artsen en paramedici
voor dit onderzoek opgeleid worden en de overheid zou voor de nodige
'incentives', o.m. terugbetaling van de kosten, moeten instaan. Indien
een kenmerkende obstructieve stoornis in de longfunctie vastgesteld
wordt, is snelle en volledige rookstop de enige effectieve preventieve
maatregel. Onze samenleving dient zich beter te organiseren om dergelijke
'hoog risico rokers' te helpen bij snelle en effectieve rookstop
(zie verder).
Preventie van longkanker
Longkanker is de meest
dodelijke kanker bij de man en eerlang wellicht ook bij de vrouw.
De prognose voor
genezing is in de afgelopen 40 jaar nauwelijks verbeterd. Actief
roken van sigaretten is veruit de voornaamste exogene oorzaak; het
risico is het grootst bij personen die lang en veel gerookt hebben
en zeer vroeg hiermede begonnen zijn. Ook omgevingsroken of passief
roken houdt een verhoogd risico in. Er werden ook enkele beroepsmatige
risicofactoren geïdentificeerd die vooral het risico voor longkanker
bij rokers nog vergroten. · Primaire preventie betekent zoals voor COPD het starten
van roken ontmoedigen en snelle rookstop aanmoedigen (zie verder);
er moet immers rekening gehouden worden met een langdurige nawerking
van het carcinogeen effect (gemiddeld 15 jaar). De beroepsmatige
blootstelling aan carcinogenen, die ook het carcinogene effect van
roken versterkt, moet vermeden worden.· Secundaire preventie
impliceert vroegtijdige opsporing, o.m. via radiologische screening
bij risicogroepen; het nut hiervan, vooral het gebruik van de lage-dosis
spiraal CT-scanning, wordt op dit ogenblik heroverwogen. Ook in Vlaanderen
zou meer onderzoek hieromtrent moeten overwogen worden.
Preventie van 'Community-acquired' respiratoire infecties
De
belangrijkste van deze infecties zijn acute bronchitis, influenza
en longontsteking.
Ze zijn uiterst frequent maar gelukkig in de overgrote meerderheid
der gevallen relatief onschuldig of goed te behandelen met antibiotica.
Een reden tot bezorgdheid is de toenemende resistentie t.o.v. antibiotica.
Preventieve maatregelen zijn in beperkte mate mogelijk. · Preventie van resistentie-inductie t.o.v. antibiotica impliceert
vermijden van overdreven of verkeerd gebruik van antibiotica; de
overheid nam hiertoe reeds initiatieven naar artsen en groot publiek;
deze moeten worden voortgezet en uitgebreid. Beter stellen van een
microbiologische diagnose moet overwogen worden.· Jaarlijkse
vaccinatie is efficiënt en nodig ter preventie van de verwikkelingen
van griep bij personen ouder dan 65 jaar en ook bij jongere personen
met hoog risico op complicaties, bv. hart- of longlijden of stofwisselingsaandoeningen,
zoals diabetes; daarnaast ook bij gezondheidswerkers om verspreiding
bij personen met geringe immuniteit te voorkomen.· Pneumokokkenvaccinatie
wordt aanbevolen bij personen ouder dan 60 jaar, in het bijzonder
in bejaardentehuizen, ook bij immunocompetente volwassenen ouder
dan 45 jaar met chronische hart-, long-, nier- of stofwisselingsaandoeningen.· Voor
doelmatige preventie van 'epidemies' van longontsteking door Legionella
bacteriën moet het risico voor kolonisatie van watercircuits
en -reservoirs door deze bacteriën continu met gepaste maatregelen
bestreden worden.· Artsen hebben een belangrijke verantwoordelijkheid
bij het aanmoedigen van deze vaccinaties, en de overheid kan via
informatie-campagnes een helpende hand toesteken.
Preventie van tuberculose
Tuberculose blijft een wereldwijde en te voorkomen aandoening; ook
in ons land worden nog talrijke personen besmet en ziek, evenwel
vooral allochtonen en kansarmen. Preventie blijft nodig en mogelijk,
hoewel arbeidsintensief en relatief duur.
· Primaire preventie via BCG-vaccinatie heeft beperkte indicaties
in België. Secundaire preventie rond tbc-patiënten is een
absolute noodzaak maar vergt voldoende middelen en goede organisatie.
Tertiaire preventie impliceert o.m. vroegtijdige opsporing en begeleiding
van actieve tuberculose, met o.m. instellen van DOT (directly observed
therapy) ter voorkoming van (multi-)resistentie.· De overheid
moet aangemoedigd worden om de nodige structuren voor tuberculosebestrijding
en -preventie in stand te houden; artsen moeten voldoende vertrouwd
blijven met de aandoening om de vroegtijdige diagnose en adequate
begeleiding van tbc-patiënten te verzekeren.
Preventie van interstitiële longaandoeningen
(ILD)
Dit zijn minder vaak voorkomende maar vaak invaliderende
aandoeningen van
het fijne longweefsel met talrijke verschijningsvormen en een grote
reeks gekende of ongekende oorzaken; een aantal van deze ILD kan
niet (meer) doeltreffend behandeld worden. · Ter preventie is er nood aan een betere registratie en
snellere opsporing; dit impliceert ook tijdig uitvoeren van radiografie
en longfunctie-onderzoek en dus grote alertheid bij artsen, incl.
bedrijfsartsen.· Gezien de grote frequentie van duivenmelkers-
of vogelliefhebberslong zijn meer bijzondere informatiecampagnes
nodig en moet het instellen van 'hygiënische controles' overwogen
worden. · Vermits een aantal van deze ILD ontstaan door inname
van medicaties moeten huisartsen goed vertrouwd blijven met de risico's
van deze. Bij het starten van een aantal medicaties of andere behandelingen
moet het uitvoeren van een longfunctietest, incl. diffusiecapaciteit,
overwogen worden.
Preventie van vasculaire longaandoeningen
Dit zijn eerder
zeldzame aandoeningen van de bloedvaten van de longen, met vaak
een belangrijke
weerslag op de gezondheid en hoge mortaliteit. Hier ook stellen
zich problemen van voldoende alertheid en vroegtijdige detectie.
Doeltreffende
behandeling is vaak niet (meer) mogelijk bij laattijdige detectie. · Primaire pulmonale hypertensie werd bij sommige personen
in verband gebracht met het gebruik van eetlustremmers; de verantwoordelijke
farmaca werden nu verboden, maar alertheid blijft geboden. Genetisch
onderzoek bij familieleden kan mogelijk leiden tot snellere detectie
van risicopersonen.· Longembolie moet voorkomen worden bij
personen met voorbeschikkende afwijkingen ter hoogte van de bloedvaten
van de onderste ledematen en eventueel ook met bloedstollingsafwijkingen,
wanneer ze een zekere tijd geïmmobiliseerd moeten blijven, o.m.
tijdens hospitalisatie, maar ook tijdens langdurende (vliegtuig)reizen.
Preventie vergt dus tijdig opsporen van stollingsafwijkingen, voldoende
mobilisatie, en eventueel gebruik van stollingsremmers. Het grote
publiek moet omtrent de risico's en hun preventie goed geïnformeerd
worden.
Preventie van beroepsmatige longaandoeningen
In het
domein van de beroepsziekten denkt en handelt men sinds lang preventief;
een aantal
beroepscategorieën (o.m. zelfstandigen) genieten echter vaak
niet van deze preventie. · Primaire preventie impliceert een degelijke identificatie
en inventarisatie van de risico’s, het vermijden en beperken
van schadelijke blootstellingen door aangepaste technische en administratieve
maatregelen, het naleven en doen naleven van wettelijke blootstellingslimieten,
en tenslotte het beschikbaar stellen en doen dragen van correcte
individuele beschermingsmiddelen. · Secundaire preventie vergt
een goede arbeidsgeneeskundige begeleiding, met regelmatige longfunctieonderzoek
en, indien nodig, thoraxradiografies.· Bijna alle hierboven
vermelde longaandoeningen kunnen door het beroep veroorzaakt of beïnvloed
worden; het preventief arbeidsgeneeskundig speelt dus een belangrijke
rol in de preventie hiervan, maar het is ook belangrijk dat beroepsziekten
door artsen uit de curatieve sector gemeld en geregistreerd worden,
niet alleen om individuele compensatie te verlenen, maar ook ter
identificatie en preventie van beroepsziekten .
Preventie van slaapapnoe
· Slaapapnoe,
dit is het herhaald stoppen van de ademhaling tijdens de slaap,
komt voor bij 4 % van
de oudere volwassenen en biedt duidelijke risico's, o.m. cardiovasculaire;
verder bevordert slaapapnoe overdreven slaperigheid overdag, met
als gevolg groter risico voor uitlokken van verkeersongevallen bij
beroepschauffeurs. Informatiecampagnes bij het publiek moeten tijdige
herkenning bevorderen en hierbij kan dan doelmatige behandeling ingesteld
worden. Rookpreventie, incl. rookstop · Primaire rookpreventie (vermijden
dat jongeren beginnen te roken) vergt nog meer initiatieven vanwege
de overheid en de ganse samenleving. · Er is nood aan betere
organisatie van rookstopbegeleiding; dit impliceert meer aandacht
voor dit probleem vanwege artsen - huisartsen en specialisten - en
gezondheidswerkers.· Een gespecialiseerde opleiding voor hulpverlening
bij rookstop is eveneens noodzakelijk.· In ziekenhuizen maar
ook in bedrijven moet een doelmatig rookbeleid aangemoedigd worden
en gespecialiseerde hulp bij rookstop voor het personeel beschikbaar
gesteld worden. Voor ziekenhuizen impliceert dit o.m. het aanstellen
van een rookstopverpleegkundige.· De overheid dient te zorgen
voor betere honorering van gezondheidswerkers en instellingen die
gespecialiseerde hulp bij rookstop verlenen.
BESLUIT
Bovenstaande samenvatting illustreert o.i. voldoende de noodzaak,
de moeilijkheden maar ook de mogelijkheden voor een doelmatige preventie
van respiratoire aandoeningen.
Forum
Vlaamse Longartsen - All rights reserved - a SiteStore® WebSite
|
|